Bijwoorden - i avverbi


Zelfgemaakte Sporcle-quiz (typ): oefen de bijwoorden Italiaans-Nederlands
Zelfgemaakte Sporcle-quiz (typ): oefen de bijwoorden Nederlands-Italiaans


Bijwoorden
Italiaans Nederlands
anche
ook
non
niet
sempre
altijd
(non) mai
nooit, ooit
ora, adesso
nu
una volta, un tempo
ooit, eens, een keer
per lo più
meestal
raramente
zelden
spesso
vaak [ook: dik]
a volte, talvolta
soms
tutto
alles, helemaal
niente, nulla
niets
qualcosa
iets
qualcuno
iemand
nessuno
niemand, geen
tutti
iedereen
molto
veel, zeer
poco
weinig, ietsje
infatti
inderdaad
certo
zeker
davvero
echt, werkelijk
ancora
nog (steeds/eens) [ook: anker]
poi
dan, daarna
dopo
na, daarna, later
così
zo, zodanig
soprattutto
vooral, bovenal
appena
zojuist, nauwelijks, zodra
quasi
bijna
insieme
samen
purtroppo
helaas
altrimenti
anders, in het andere geval
invece
in plaats daarvan, daarentegen
proprio
juist, precies, werkelijk
[ook: eigen]
cioè
namelijk, dat wil zeggen
insomma
kortom, kort gezegd
tanto
zo(veel), zeer, in hoge mate
solo
slechts [ook: alleen]
più
meer
meno
minder
troppo
te, teveel
di solito
gewoonlijk