Eten en drinken

QUIZ: woorden aangaande eten en drinken Italiaans-Nederlands
QUIZ: woorden aangaande eten en drinken Nederlands-Italiaans
Eten en drinken
Italiaans Nederlands
cibo eten
alimento voedsel
dieta dieet
frutta fruit
verdura groente
carne (f) vlees
pesce (m) vis
grano graan
cereale (m) graan
pane (m) brood
panino broodje
fetta di pane boterham
salsiccia worst
formaggio kaas
uovo [pl: uova (f)] ei
patata aardappel
riso [ook: (ge)lach(en)] rijst
pasta pasta
pizza pizza
zuppa soep
minestra soep
insalata salade
patate fritte (pl) patat
patatine (fritte) (pl) chips, patat
pancake (m) pannenkoek
gelato (consumptie-)ijs
cioccolato chocolade
caramella snoepje
zucchero suiker
sale (m) zout
olio olie
carboidrato koolhydraat
grasso vet
proteina proteïne, eiwit
bevanda drinken
tè (m) thee
caffè (m) koffie
latte (m) melk
succo sap
vino wijn
birra bier
bibita frisdrank
limonata limonade
torta taart
biscotto koekje
burro boter
gusto smaak
sapore (m) smaak
dolce zoet [ook: lief]
aspro zuur [ook: ruw]
acido zuur
salato zout [smaak]
amaro bitter
(mal)sano (on)gezond
alimento biologico biologisch voedingsmiddel
colazione (f) ontbijt
pranzo lunch
cena diner





QUIZ: woorden aangaande fruitsoorten Italiaans-Nederlands
QUIZ: woorden aangaande fruitsoorten Nederlands-Italiaans
Fruitsoorten
Italiaans Nederlands
frutto vrucht
mela appel
pera peer
arancia [pl: arance] sinaasappel
mandarino mandarijn
banana banaan
uva druif
fragola aardbei
kiwi (m) kiwi
ananas (m) ananas
melone (m) meloen
bacca bes
mango mango
limone (m) citroen
prugna pruim
susina pruim
pesca perzik
albicocca abrikoos
ciliegia kers
lampone (m) framboos
mora (di rovo) braam
cocomero watermeloen [noord-Italië: komkommer)
anguria watermeloen
noce di cocco (f) kokosnoot
zucca pompoen
avocado avocado
dattero dadel
fico vijg
pompelmo grapefruit
nettarina nectarine
pescanoce, nocepesca (f) nectarine
melagrana granaatappel
frutto della passione passievrucht
mirtillo blauwe (bos)bes