Gebouwen en voorzieningen - edifici e servizi

QUIZ: oefen de woorden aangaande gebouwen en voorzieningen Italiaans-Nederlands
QUIZ: oefen de woorden aangaande gebouwen en voorzieningen Nederlands-Italiaans
Gebouwen, voorzieningen, winkels
Italiaans Nederlands
edificio gebouw
torre (f) toren
chiesa kerk
scuola school
negozio winkel
supermercato supermarkt
teatro theater, schouwburg
municipio gemeentehuis, stadhuis
cinema (m) bioscoop, filmhuis
discoteca discotheek
castello kasteel
palazzo paleis, (flat)gebouw
grattacielo wolkenkrabber
condominio appartementenflat, flatgebouw
appartamento appartement
monumento monument, gedenkteken
statua standbeeld
rovine (f-pl) ruïne(s)
fattoria boerderij
podere (m) boerderij
impresa bedrijf, onderneming
azienda bedrijf, onderneming
fabbrica fabriek
grande magazzino warenhuis
panificio bakkerij
panetteria bakkerij
macelleria slagerij
fruttivendolo groenteboer, -winkel
drogheria kruidenier(swinkel)
farmacia apotheek, drogist
negozio di vestiti kledingwinkel
negozio di abbigliamento kledingwinkel
gioielleria juwelier(szaak)
università universiteit
palestra sportschool, -zaal
ospedale (m) ziekenhuis
stazione di polizia (f) politiebureau
caserma/stazione dei vigili del fuoco brandweerkazerne
caserma/stazione dei pompieri brandweerkazerne
ristorante (m) restaurant
bar (m) café
libreria boekhandel [ook: boekenkast]
biblioteca bibliotheek
banca bank [financ.]
negozio di scarpe schoenenwinkel
stadio stadion [ook: fase]
piscina zwembad
parco park
zoo (giardino zoologico) dierentuin
museo museum
hotel (m) hotel
albergo hotel
ditta bedrijf, firma
centro commerciale winkelcentrum
mulino, molino molen
mercato markt