Gebruiksvoorwerpen - gli utensili

Gereedschappen - gli attrezzi

QUIZ: gereedschappen Italiaans-Nederlands
QUIZ: gereedschappen Nederlands-Italiaans
AUDIO: woorden beluisteren
Gereedschappen
Italiaans Nederlands
coltello mes
forchetta vork
cucchiaio lepel
piatto bord [ook: schotel, gerecht; cimbaal; als bijv.nw.: plat]
pentola pan, kookpot
padella koekenpan
tegame (m) (steel/braad)pan
casseruola (steel/braad)pan
ascia bijl
accetta bijl (met korte steel)
scure (f) bijl (met lange steel)
forbici (f-pl) schaar
cacciavite (m) schroevendraaier
giravite (m) schroevendraaier
martello hamer
pinza, pinze (pl) tang
sega zaag [ook vulgair: mannelijke masturbatie]
scopa bezem
ramazza bezem
pala schep, schop [ook: blad van propeller of peddel]
badile (m) schep, schop
carriola kruiwagen
nastro adesivo plakband
scotch (m) {EN} (doorzichtig) plakband [ook: wishkey]
matita potlood
lapis (m) potlood
penna pen
penna a sfera balpen
biro balpen [naam uitvinder]
penna stilografica vulpen
gomma (per cancellare) gum
pennello kwast, penseel
cesto, cesta mand, korf
paniere (m) mand, korf
spazzola borstel
pettine (m) kam
rasoio scheermes
rasoio elettrico scheerapparaat
spazzolino (da denti) tandenborstel
bilancia weegschaal