Telwoorden - i numerali


Hoofdtelwoorden (0-10)
Italiaans Nederlands
zero 0
uno 1
due 2
tre 3
quattro 4
cinque 5
sei 6
sette 7
otto 8
nove 9
dieci 10

Hoofdtelwoorden (11-19)
Italiaans Nederlands
undici 11
dodici 12
tredici 13
quattordici 14
quindici 15
sedici 16
diciassette 17
diciotto 18
diciannove 19

Hoofdtelwoorden (20-29)
Italiaans Nederlands
venti 20
ventuno 21
ventidue 22
ventitré 23
ventiquattro 24
venticinque 25
ventisei 26
ventisette 27
ventotto 28
ventinove 29

Hoofdtelwoorden (30-110)
Italiaans Nederlands
trenta 30
quaranta 40
cinquanta 50
sessanta 60
settanta 70
ottanta 80
novanta 90
cento 100
centouno 101
centodieci 110

Hoofdtelwoorden (groot)
Italiaans Nederlands
duecento 200
trecento 300
quattrocento 400
cinquecento 500
seicento 600
settecento 700
ottocento 800
novecento 900
mille 1.000
millecento 1.100
diecimila 10.000
centomila 100.000
un milione 1.000.000
due milioni 2.000.000
un miliardo 1.000.000.000
due miliardi 2.000.000
un bilione 1.000.000.000.000
due bilioni 2.000.000.000.000

YouTube: serie uitlegvideo's over de hoofdtelwoorden (in het Engels)




Rangtelwoorden
Italiaans Nederlands
primo eerste
secondo tweede
terzo derde
quarto vierde
quinto vijfde
sesto zesde
settimo zevende
ottavo achtste
nono negende
decimo tiende
undicesimo elfde

YouTube: uitlegvideo over de rangtelwoorden (in het Engels)



Rekenen met getallen


tre più due fa cinque = 3+2=5
sei meno quattro fa due = 6-4=2
otto per sette fa cinquantasei = 8x7=56
novanta diviso per dieci fa nove = 90:10=9

Breuken worden gevormd net als in het Nederlands: hoofdtelwoord gevolgd door rangtelwoord.

un terzo = een derde
due terzi = twee derde
un quarto = een vierde / een kwart
tre quarti = drie kwart
un quinto = een vijfde
due quinti = twee vijfde
tre quinti = drie vijfde
otto undicesimo = acht elfde

la metà = de helft
mezzo (als bijv. nw.) = half
il doppio = het dubbele