Lichaamsdelen


Zelfgemaakte Sporcle-quiz (typ): oefen alle woorden aangaande lichaamsdelen Italiaans-Nederlands
Zelfgemaakte Sporcle-quiz (typ): oefen alle woorden aangaande lichaamsdelen Nederlands-Italiaans


Lichaamsdelen
Italiaans Nederlands
corpo
lichaam
parte del corpo (f)
lichaamsdeel
testa
hoofd
pelle (f)
huid [ook: vacht]
cute (f)
huid
peli (m-pl)
(lichaams)haar
capelli (m-pl)
hoofdhaar
cervello
hersenen, brein
occhio
oog
orecchio [pl: orecchie (f)]
oor
naso
neus
bocca
mond
lingua
tong [ook: taal]
dente (m)
tand
collo
hals, nek
gola
keel
spalla
schouder
il braccio [pl: le braccia (f)]
arm
la mano (f) [pl: le mani]
de hand
il dito [pl: le dita (f)]
vinger, teen
petto
borst(kas)
seno
(vrouwelijke) borst
pancia
buik
addome (m)
buik
ventre (m)
buik
schiena
rug
dorso
rug
gluteo
bil
natica
bil
gamba
been
piede (m)
voet
cuore (m)
hart
polmone (m)
long
rene (m)
nier
intestino
darm
stomaco
maag
muscolo
spier
osso [pl: ossa]
bot
organo
orgaan
colonna vertebrale wervelkolom
spina dorsale ruggengraat
la costa
rib [ook: kust]
la costola
rib
vaso sanguigno
bloedvat
vena
ader
arteria
slagader
aorta
aorta
sangue (m)
bloed
tendine (m)
pees
nervo
zenuw
articolazione (f)
gewricht [ook: articulatie]
cranio
schedel
faccia
gezicht
viso
gezicht
volto
gezicht
guancia
wang
mento
kin
mascella
kaak
sopracciglio [pl: -glia]
wenkbrauw
ciglio
wimper [ook: rand, kant]
baffi (m-pl)
snor(haren)
barba
baard
labbro
lip
dentatura
gebit
molare (m)
kies
gengiva
tandvlees
tiroide (f)
schildklier
esofago
slokdarm
gomito
elleboog
polso
pols
pollice (m)
duim
unghia
nagel
ascella
oksel
capezzolo
tepel
fegato
lever [ook: lef]
ombelico
navel
vescica (urinaria)
(urine)blaas
anca
heup
bacino
bekken [ook: kusje]
pelvi (f)
bekken
genitali (m-pl)
geslachtsdelen
pene (m)
penis
vagina
vagina
ano
anus
sedere (m)
kont, zitvlak
culo kont, anus [vulgair]
coscia
bovenbeen, dij
ginocchio
knie
caviglia
enkel
tallone (m)
hiel