Muziek

QUIZ: muziek Italiaans-Nederlands
QUIZ: muziek Nederlands-Italiaans
Muziek
Italiaans Nederlands
musica muziek
strumento (musicale) (muziek)instrument
musicista (m/f) muzikant(e)
suonatore (m) (f: -trice) (be)speler (v.e. muziekinstrument)
suono geluid, toon, klank
tono toon [noot]
rumore (m) ruis, geluid, lawaai [ook: reputatie]
nota (musicale) (muziek)noot
canzone (f) lied
canto (ge)zang [ook: hoek, kant]
pezzo (musicale) muziekstuk
brano (musicale) muziekstuk
cantante (m/f) zanger(es)
gruppo musicale muziekgroep, band
complesso musicale muziekgroep, band
band (f) muziekgroep, band
coro koor
compositore (m/f) componist(e), toondichter(es)
direttore (d'orchestra) (f: -trice) dirigent
musica classica klassieke muziek
concerto concert
sala da concerto/-i concertzaal
opera opera [ook: werk]
teatro d(ell)'opera operagebouw, -huis
aria [ook: lucht, bries] aria
sinfonia symfonie
movimento beweging [deel v.e. muziekstuk]
voce (f) (menselijke/muzikale) stem
orchestra (sinfonica) (symfonisch) orkest
melodia melodie
armonia harmonie
ritmo ritme
tempo tempo [ook in muziektheorie: maatsoort; beweging]
organo orgel [ook: orgaan]
pianoforte (m) piano
chitarra gitaar
batteria drumstel, slagwerk [ook: batterij]
violino viool
viola altviool [ook: violet]
violoncello cello
(contrab)basso (contra)bas
flauto (traverso) (dwars)fluit
oboe (m) hobo
clarinetto klarinet
fagotto fagot
corno (francese) (Franse) hoorn
tromba trompet
trombone (m) trombone
tuba tuba
arpa harp
ottavino piccolo
sassofono saxofoon
flauto dolce blokfluit
tastiera keyboard, klavier [ook: toetsenbord]
misura maat [ook: maatregel]
battuta maat [ook: grapje; slag]
corda snaar [ook: koord, touw]
marcia mars [ook: versnelling (v.e. motor); snelwandelen]
quartetto d'archi strijkkwartet




Extra woorden per categorie

Muziek: algemeen
Italiaans Nederlands
conservatorio (di musica) conservatorium
auditorio, auditorium auditorium
acustica akoestiek
genere musicale (m) muzieksoort, -stijl, -genre
banda (musicale) blaasorkest
orchestra di fiati blaasorkest
spartito bladmuziek
falsetto kopstem, falsetto
audio geluid, volume, audio
(as)solo solo
duetto duet
singolo (discografico) single
singolo di successo hit(single)
classifica (musicale) hitparade, -lijst
album (discografico) (muziek)album, plaat
ascoltatore (f: -trice) luisteraar
podio podium
palco(scenico) podium, toneel

Muziek: instrumenten
Italiaans Nederlands
chitarra elettrica elektrisch gitaar
(chitarra elettrica) basso basgitaar
sintetizzatore (m) synthesizer
archi (m-pl) strijkers
legni (m-pl) houtblazers
ottoni (m-pl) koperblazers
percussione slagwerk, percussie
strumento a corda snaarinstrument
strumento a fiato blaasinstrument
strumento a percussione slag-/percussieinstrument
timpani (m-pl) pauken
(gran)cassa bas(s)drum, grote trom
xilofono, silofono xylofoon
piatto bekken, cimbaal [ook: bord]
triangolo triangel
armonica a bocca mondharmonica
fisarmonica accordeon
clavicembalo klavecimbel
organo a canne pijporgel

Muziek: techniek en hulpmiddelen
Italiaans Nederlands
registrazione sonora/audio/del suono geluidsopname, -registratie
studio di registrazione opname-/geluidsstudio
mixer (m) mengpaneel/-tafel [ook: mengbeker]
impianto stereo geluidsinstallatie, stereotoren
altoparlante (m) luidspreker, speaker
traccia track
microfono microfoon
leggio lessenaar
metronomo metronoom
plettro plectrum
tasto toets [v.e. instrument]
arco, archetto strijkstok
ancia riet [mondstuk voor rietblazers]
imboccatura mondstuk (voor houtblazers) [ook: ingang]
bocchino mondstuk (voor koperblazers) [ook: sigarettenpijpje; pijpbeurt]
accordatura stemming, stemmen v.e. instrument
bacchetta (del direttore d'orchestra) dirigeerstok, baton
giradischi (m) platenspeler
grammofono grammofoon
disco in vinile, microsolco, LP grammofoonplaat, lp, elpee
musicassetta, audiocassetta muziekcassette, cassettebandje
CD cd
DVD dvd

Muziek: personen
Italiaans Nederlands
solista (m/f) solist(e)
concertista (m/f) solist(e) [geeft soloconcert]
orchestrale (m/f) orkestspeler, -lid
primo violino concertmeester
maestro di cappella kapelmeester
musicista di strada (m/f) straatmuzikant(e)
cantautore (f: -trice) singer-songwriter
tecnico del suono geluidstechnicus, geluidsman
fonico geluidstechnicus, geluidsman
disc jockey, DJ, deejay diskjockey, dj
tenore (m) tenor [ook: teneur; standaard]
soprano sopraan
chitarrista (m/f) gitarist(e)
batterista (m/f) drummer
organista (m/f) organist(e)
pianista (m/f) pianist(e)
violinista (m/f) violist(e)

Muziek: soorten
Italiaans Nederlands
valzer (m) wals
operetta operette
oratorio oratorium
jazz (m), musica jazz jazz(muziek)
musica pop popmuziek
rock (m), musica rock rock(muziek)
musica medievale middeleeuwse muziek
musica rinascimentale renaissancemuziek
musica barocca barokmuziek
musica romantica romantische muziek
canto marinaresco zeemanslied, shanty
canzone popolare (f) volksliedje
inno hymne, lofzang
inno nazionale (nationaal) volkslied

Muziek: theorie
Italiaans Nederlands
teoria musica muziektheorie
partitura partituur
pentagramma notenbalk [ook: pentagram]
rigo (musicale) notenbalk
intavolatura tablatuur
composizione (musicale) compositie
arrangiamento arrangement, toonzetting
accordo akkoord
ritornello refrein
suite (f) suite
timbro klankkleur, tembre [ook: stempel]
dinamica dynamiek
(a)tonalità (a)tonaliteit
nota stonata valse noot
altezza toonhoogte [ook: hoogte]
chiave (musicale) (f) muzieksleutel, toonsoort
chiave di sol vioolsleutel, g-sleutel
chiave di violino vioolsleutel
semibreve (f) hele noot
minima halve noot [ook: min.temp.; onderdruk [bloeddruk]]
semiminima kwartnoot
croma achtste noot
semicroma zestiende noot
biscroma tweeëndertigste noot
armatura (di chiave) (vaste) voortekening
bemolle (m) mol [voorteken]
diesis (m) kruis [voorteken]
bequadro herstellingsteken [voorteken]
pausa rust(teken) [ook: pauze]
abellimento versiering
accento accent
appoggiatura voorslag
armonici naturali (m-pl) boventoonreeks
circolo delle quinte kwintencirkel
grado (toon)trap, trede [ook: graad]
cadenza cadens [beide betekenissen]
modo modus, kerktoonladder
scala (maggiore) (majeur-)toonladder
modo ionio/ionico ionische toonladder
modulazione modulatie
omofonia homofonie
polifonia polyfonie
rivolto omkering (van akkoord of interval)
sensibile (f) leidtoon
terzina triool
vibrato vibrato
intonato zuiver (geïntoneerd), gestemd
stonato vals (slecht geïntoneerd), ontstemd
riff (m) riff
frase (f) lick, loopje, riff, muzikale frase
crescendo groeiend, luider wordend
decrescendo afnemend, zachter wordend
diminuendo afnemend, zachter wordend
legato gebonden, vloeiend
portato gedragen
staccato losgemaakt (kort gespeeld)