Persoonlijk voornaamwoord - il pronome personale

Persoonlijk voornaamwoord
Nederlands onderwerp lijdend voorwerp meewerkend vw. wederkerend beklemtoond combinatie
ik - mij io mi mi mi (a) me me lo
jij - jou tu ti ti ti (a) te te lo
hij - hem lui lo gli si (a) lui / sé* glielo, se lo
zij - haar lei la le (a) lei / sé* glielo, se lo
wij - ons noi ci ci ci (a) noi ce lo
jullie voi vi vi vi (a) voi ve lo
zij-hen (m) loro li gli / loro si (a) loro / sé* se lo
zij-hen (v) le se lo
* is de beklemtoonde derde persoon van het wederkerend voornaamwoord


Beklemtoond en onbeklemtoond

Net als het Nederlands (jij-je, zij-ze, wij-we, mij-me, jou-je, maar ook: het-'t en ik-'k) kent het Italiaans beklemtoonde en onbeklemtoonde vormen van het persoonlijk voornaamwoord.
In het Italiaans is de keuze voor de ene of de andere vorm minder vrij dan in het Nederlands.

In principe worden de onbeklemtoonde vormen (pronomi atoni) gebruikt. In de volgende gevallen worden de beklemtoonde vormen (pronomi tonici) gebruikt:

Plaats van het beklemtoond persoonlijk voornaamwoord in een zinsdeel

De beklemtoonde vorm, behalve die van het onderwerp, wordt doorgaans na het (laatste) werkwoord van het zindsdeel geplaatst.
In combinatie met een voorzetsel wordt het, afhankelijk van de inhoud van de zin, ook wel aan het begin geplaatst (bijv.: a me piace la musica).

Plaats van het onbeklemtoond persoonlijk voornaamwoord in een zinsdeel

De onbeklemtoonde vorm wordt meestal vóór het vervoegde werkwoord geplaatst, behalve loro (of gli als meewerkend. vw. mv.) dat juist erachter wordt geplaatst.
In de volgende gevallen wordt de onbeklemtoonde vorm achter en aan het werkwoord geplakt, namelijk in combinatie met:

De werkwoorden dovere, potere en volere kunnen in combinatie met een infinitief ook op de normale wijze worden gebruikt.
Bijvoorbeeld: Ik moet het weten => Devo saperlo / Lo devo sapere).

Ontkenning

Het ontkenningswoord non wordt geplaatst vóór het persoonlijk voornaamwoord of in geval van een onbeklemtoonde (en dus afwezige) onderwerpsvorm vóór het vervoegde werkwoord.

YouTube: uitlegvideo over het lijdend voorwerp / direct object (in het Engels)
YouTube: uitlegvideo over het lijdend voorwerp / direct object (in het Italiaans) (let op: guardala op 1:27 moet zijn guardarla)
QUIZ: vormen van het persoonlijk voornaamwoord geven
QUIZ: vertaal zinnen met persoonlijk voornaamwoord vanuit het Italiaans
QUIZ: vertaal zinnen met persoonlijk voornaamwoord naar het Italiaans

Voorbeeldzinnen

Ik spreek Italiaans. => Parlo italiano. (pers. vnw. wordt weggelaten)
Ik spreek Italiaans, hij spreekt Duits => Io parlo italiano, lui parla tedesco. (nadruk/contrast dus wel pers. vnw.)
Ik ken Marco. Hij spreekt Duits. => Conosco Marco. Parla tedesco. (uit de context is duidelijk dat het om Marco gaat)
Ik ken Marco en Laura. Hij spreekt Duits. => Conosco Marco e Laura. Lui parla tedesco. (zonder pers. vnw. zou 'parla' ook op Laura kunnen slaan)

Ik houd van jou. => Ti amo.
IK houd van jou. => Io ti amo.
Ik houd van JOU => Amo te.
Ik houd niet van jou. => Non ti amo.
IK houd niet van jou. => Io non ti amo.
Ik houd niet van JOU => Non amo te.
Ik vind het leuk. => Mi piace.
Ik vind (de) muziek leuk. => Mi piace la musica.
IK vind (de) muziek leuk, maar JIJ vindt de stilte leuk. => A me piace la musica, ma a te piace il silenzio.

Houd je van MIJ of van HEM => Ami me o lui?
Van wie houd je? Van hem. => Chi ami? Lui.
IK heb (aan) JOU een krokodil gegeven, maar JIJ hebt aan MIJ niet een zwarte kat gegeven. => Io ho dato un cocodrillo a te ma tu non hai dato un gatto nero a me.
Het boek van jou. => Il libro di te.
Ik heb het tegen hem gezegd. => L'ho detto contro lui.
Ben je moe? Ik ben ook moe. => Sei stanco? Anche io sono stanco.
Ik vertel je mijn geheim. Ik vertel mijn geheim alleen aan jou. => Ti dico il mio segreto. Dico il mio segreto solo a te.

Ik wil de bank kopen. Ik wil het kopen. => Voglio comprare il divano. Voglio comprarlo. (lo voglio comprare kan ook)
Koop de bank! Koop het! => Compra il divano! Compralo!