Tijd en datum


Zelfgemaakte Sporcle-quiz (typ): oefen alle woorden aangaande tijd en datum Italiaans-Nederlands
Zelfgemaakte Sporcle-quiz (typ): oefen alle woorden aangaande tijd en datum Nederlands-Italiaans


Tijd en datum
Italiaans Nederlands
tempo
tijd [ook: het weer]
giorno
dag
notte (f)
nacht
mattino/mattina
ochtend
pomeriggio [-]
middag
sera
avond
ora [nome]
uur
minuto
minuut
secondo
seconde
settimana
week
fine settimana (m)
weekeinde
mese (m)
maand
trimestre (m)
kwartaal
anno
jaar
decennio [-]
decennium
secolo
eeuw
millennio [-]
millennium
oggi
vandaag
domani
morgen
dopodomani
overmorgen
ieri
gisteren
l'altro ieri
eergisteren
questa settimana
deze week
settimana prossima
volgende week
settimana scorsa
vorige week
tre settimane fa
drie weken geleden
stamattina
vanochtend
questo pomeriggio
deze middag
stasera
vanavond
stanotte
vannacht
lunedý (m)
maandag
martedý (m)
dinsdag
mercoledý (m)
woensdag
giovedý (m)
donderdag
venerdý (m)
vrijdag
sabato
zaterdag
domenica
zondag
gennaio
januari
febbraio
februari
marzo
maart
aprile
april
maggio
mei
giugno
juni
luglio
juli
agosto
augustus
settembre
september
ottobre
oktober
novembre
november
dicembre
december
stagione (f)
jaargetijde, seizoen
primavera
lente, voorjaar
estate (f)
zomer
autunno
herfst, najaar
inverno
winter
alba
dageraad, ochtendgloren
levar/levata/sorgere del sole
zonsopkomst
tramonto
(zons)ondergang
crepuscolo
schemering
mezz'ora
half uur
quarto (d'ora)
kwartier
data
datum


Zinsdelen aangaande tijd
Italiaans Nederlands
Che ore sono?
Hoe laat is het?
Che ora Ŕ? Hoe laat is het?
Sono le ... (due/sei/undici).
Het is ... (twee/zes/elf) uur.
╚ l'una.
Het is ÚÚn uur.
Sono le ... in punto.
Het is precies ... uur.
Sono le ... (undici) e dieci.
Het is tien over ... (elf).
Sono le ... (sette) e un quarto.
Het is kwart over ... (zeven).
Sono le ... (sei) e venticinque.
Het is vijf voor half ... (zeven).
Sono le ... (undici) e mezza/-o.
Het is half ... (twaalf).
Sono le ... (due) e trentacinque.
Het is vijf over half ... (drie).
Sono le ... (quattro) meno venti.
Het is twintig voor ... (vier).
Sono le ... (tre) meno un quarto.
Het is kwart voor ... (drie).
Manca un quarto alle ... (tre). Het is kwart voor ... (drie).
Sono le ... (due) e tre quarti. Het is kwart voor ... (drie).
Sono le ... (sei) meno dieci.
Het is tien voor ... (zes).
Mancano dieci minuti alle ... (sei). Het is kwart voor ... (zes).
Sono le venti / otto di sera.
Het is acht uur 's avonds.
╚ mezzogiorno. Het is twaalf uur 's middags.
╚ mezzanotte. Het is middernacht (0:00).
╚ mezzagiorno e mezza/-o.
Het is half ÚÚn 's middag.
╚ mezzanotte e mezza/-o.
Het is half ÚÚn 's nachts.
Sono le dodici.
Het is twaalf uur.
... di mattina/-o/sera/notte
...'s ochtends/avonds/nachts.
... del pomeriggio
...'s middags
A che ora?
Hoe laat? / Op welk tijdstip?
Sono quasi ... (le cinque).
Het is ongeveer... (vijf uur).
Tutti i giorni.
Elke dag / dagelijks.
... (Due) volte al giorno.
... (Twee) keer per dag.

Opmerkingen:
- schuingedrukte zinsdelen zijn minder gebruikte varianten
- tussen haakjes staan voorbeeld die op de puntjes kunnen worden ingevuld

Hulpmiddel:
- YouTube: uitlegvideo over het uitdrukken van tijd (in het Italiaans, tekst in Italiaans en Engels)


Zinsdelen over datum
Italiaans Nederlands
Che giorno Ŕ (oggi)?
Welke dag is het (vandaag)?
Il primo/1ᴼ maggio.
EÚn / 1 mei.
Il due/2 maggio.
Twee / 2 mei.
Venerdý 12 agosto 1988.
Vrijdag 12 augustus 1988.
Sei nato il 12 agosto 1988. Jij bent geboren op 12 aug. 1988.
Sono nato nel 1982.
Ik ben geboren in 1982.
Natale cade in dicembre.
Kerst valt in december.
L'anno 2000.
Het jaar 2000.
Gli anni novanta/'90/1990.
De jaren (negentien)negentig.
Il XX secolo.
De 20e eeuw.
Il ventesimo secolo.
De 20e eeuw.
Il Novecento.
De 20e eeuw.
a.C. (avanti Cristo)
vˇˇr Christus
d.C. (dopo Cristo)
na Christus

Opmerkingen:
- het lidwoord voor een maand valt weg indien voorafgegaan door de dag van de week
- om verwarring met een getal te voorkomen kan voor een jaartal 'anno' worden toegevoegd
- il Duecento, il Trecento, il Quattrocento, il Cinquecento, il Seicento, il Settecento, l'Ottocento, il Novecento = resp. de 13e t/m 20e eeuw


Voorzetsels i.c.m. tijd en datum

Woorden van tijd, datum en tijdsduur kunnen worden gecombineerd met diverse voorzetsels, waarbij voorzetsel en lidwoord indien mogelijk worden samengetrokken.
Onderstaand een overzicht met voorbeelden:

a = om - all'una, alle due
in = in - nel gennaio, nel 1984, nell'anno 1984, nell'agosto 1988
intorno a = rond, circa - intorno all'una, intorno alle due, intorno al 1984 - intorno all'anno 1984
verso = tegen, rond, circa - verso l'una, verso le due, verso il 1984, verso l'anno 1984
fino a = tot - fino all'una, fino alle due, fino al 1984, fino all'anno 1984
da = sinds - dall'una, dalle due, dal 1984, dall'anno 1984, dall'agosto (del) 1988, da un'ora, da due giorni
da... a... = van ... tot ... - dall'una alle due, dal 1939 al 1945, dall'anno 1939 all'anno 1945
tra/fra ... e ... = tussen - tra/fra l'una e le due, tra/fra il 1984 ed il 1988, tra/fra l'anno 1984 e l'anno 1988
tra/fra = over - tra/fra dieci secondi/minuti, tra/fra un'ora, tra/fra due ore tra/fra due settimane/mesi/anni
prima di = vˇˇr - prima delle undici, prima di agosto, prima del 2018
dopo = na - dopo le undici, dopo agosto, dopo il 2018
entro = binnen - entro un'ora, entro due settimane, entro tre mesi, entro cinque anni


Oefening:
- Zelfgemaakte Sporcle-quiz (typ): zinnen aangaande tijd en datum (Nederlands-Italiaans)