Verkeer en vervoer

QUIZ: woorden aangaande verkeer en vervoer Italiaans-Nederlands
QUIZ: woorden aangaande verkeer en vervoer Nederlands-Italiaans
QUIZ (slideshow): vervoermiddelen met afbeeldingen
Verkeer en vervoer
Italiaans Nederlands
traffico verkeer
trasporto (pubblico) (openbaar) vervoer
mezzo di trasporto vervoermiddel
veicolo (a motore) (motor)voertuig
imbarcazione (f) vaartuig
bicicletta, bici fiets
ciclomotore (m) bromfiets, brommer
(moto)scooter (m) scooter
moto(cicletta), motociclo motor(fiets)
macchina, auto(vettura) auto(mobiel)
autocarro, camion (m) vrachtwagen
autobus (m) (auto)bus
tassì (m) taxi
tram (m) tram
metropolitana metro
treno trein
barca boot
nave (f) schip
aeroplano, aereo vliegtuig
fermata dell'autobus bushalte
stazione ferroviaria treinstation
aeroporto, aerodromo luchthaven, vliegveld
strada weg, straat
via weg, straat
strada laterale zijweg, zijstraat
autostrada (auto)snelweg
incrocio kruispunt, kruising
rotatoria rotonde
piazza plein
mercato markt
ponte (m) brug
tunnel (m) tunnel
galleria tunnel
traforo tunnel
vicolo steeg
sentiero pad
marciapiede (m) stoep, trottoir
pista ciclabile fietspad
semaforo verkeerslicht
attraversamento pedonale zebrapad
strisce pedonali (pl) zebrapad
zebre (pl) zebrapad (informeel)
curva bocht
(sempre) d(i)ritto rechtdoor
sinistra links
destra rechts
parcheggio parkeerplaats/-terrein