Voegwoorden - le congiunzioni

Een voegwoord verbindt twee zinsdelen of groepen woorden met elkaar. Voegwoorden kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld.
Op deze pagina is gekozen voor een indeling op vorm: enkelvoudige voegwoorden, samengestelde voegwoorden en voegwoordelijke uitdrukkingen.
Veel voegwoorden worden grammaticaal ook anders gebruikt, bijvoorbeeld als bijwoord of voorzetsel.
Daarmee is rekening gehouden op deze pagina, al zijn er niet altijd duidelijke grenzen te trekken tussen dergelijke woordsoorten.


Enkelvoudige voegwoorden - le congiunzioni semplici

QUIZ: enkelvoudige voegwoorden Italiaans-Nederlands
QUIZ: enkelvoudige voegwoorden Nederlands-Italiaans
Voegwoorden
Italiaans Nederlands
e en
o of
ma maar
se als, indien, of
noch
che dat
pure hoewel, zelfs al, ook, ('doe') maar
però echter
anzi integendeel, sterker nog, of liever
mentre terwijl, zolang (als), hoewel
allora daarom, dus, toen, dan
quindi daarom, dus, vervolgens
dunque daarom, dus


e - soms ed voor een woord dat begint met een klinker, vooral de e
en
Danilo e Andrea imparano l'italiano e il tedesco. = Danilo en Andrea leren Italiaans en Duits.
Insultami un' altra volta e ti colpirò! = Beledig me nog eens en ik zal je slaan!
o - heel soms od voor een woord dat begint met een klinker, vooral de o
of
Vuoi mangiare una mela o una banana? = Wil je een appel eten of een banaan?

als tussenwerpsel: o
O mio babbino caro! = O mijn lieve pappie!
ma
maar
Mi piacerebbe ma non posso. = Ik zou het leuk vinden, maar ik kan (het) niet.
Strano ma vero. = Vreemd maar waar.

als tussenwerpsel: maar
Ma che dolce! = (Maar) wat lief!
se
als, indien
Se il tempo è bello domani, andrò in bicicletta. = Als het morgen mooi weer is, ga ik fietsen.

of
Non so se andrò in bicicletta domani. = Ik weet niet of ik morgen ga fietsen.
noch, ook niet
Non ho risposto né sì né no. = Ik heb (noch) ja noch nee gezegd.
Non li ho visti né sentiti. = Ik heb ze (noch) gezien noch gehoord.
che
dat
So che è vero = Ik weet dat het waar is.

als, wanneer, dat
Ogni volta che la vedo, divento timido. = Elke keer als ik haar zie, word ik verlegen.

dan
È più facile a dirsi che a farsi. = Het is gemakkelijker gezegd dan gedaan.

als andere woordsoort: wat!
Che dolce! = Wat lief!
pure - soms verkort tot pur
hoewel (meestal i.c.m. een gerundium)
Pure studiando molto, non parlo ancora bene l'italiano. = Hoewel ik veel studeer, spreek ik het Italiaans nog niet goed.

zelfs/ook al (vaak i.c.m. een conjunctief en in de hoofdzin een voorwaardelijke wijs)
Pure se volessi, non avrei i soldi per comprarlo. = Zelfs al zou ik willen, dan had ik het geld niet om het te kopen.

als bijwoord: ook (als alternatief voor anche, vaak gebruikt in spreektaal en om bijv. enige verrassing uit te drukken)
Noi andiamo allo zoo, vieni pure tu? = Wij gaan naar de dierentuin, ga jij ook mee?
Questa donna è bella e pure intelligente. = Deze vrouw is niet alleen mooi maar vooral ook intelligent.

als bijwoord: ('Doe') maar
Siediti pure. = Ga (jij) maar zitten.
però - let op: pero = perenboom
echter, maar
Cerco un pero però vedo solo meli. = Ik zoek een perenboom echter zie ik enkel appelbomen.
Non vedo un pero, però. = Ik zie echter geen perenboom.
anzi
integendeel - alternatief: in contrario
Non ero in ritardo, anzi ero in anticipo! = Ik was niet te laat. Integendeel, ik was te vroeg!

sterker nog, zelfs - alternatief: addirittura
È una scelta difficile; anzi, difficilissima. = Het is een moeilijke keuze. Heel moeilijk zelfs.
Mi piace la musica classica, anzi l'adoro! = Ik vind klassieke muziek mooi, sterker nog ik vind het geweldig!

of liever/beter/nee [direct jezelf corrigeren] - alternatieven: (o) meglio, (o) piuttosto
Vorrei una pera, anzi una mela. = Ik zou graag een peer willen, of (nee) liever een appel.
Ci vediamo alle 4:00, anzi facciamo alle 4:30. = We zien elkaar om 4 uur, of beter/nee, laten we er half 5 van maken.
mentre
terwijl
L'ho incontrato mentre stavo andando al supermercato. = Ik kwam hem/haar tegen terwijl ik op weg was naar de supermarkt.
Non si dovrebbe guardare la televisione mentre si mangia. = Je zou niet televisie moeten kijken terwijl je eet.

zolang (als) - wordt tegenwoordig meestal vervangen door finché
Continuo a sperare mentre vivo. = Ik houd hoop zolang (als) ik leef.

terwijl, hoewel, ondanks dat
Tutti lo accusano, mentre lui ha ragione. = Iedereen beschuldigt hem, terwijl hij gelijk heeft.
allora
daarom, dus - alternatieven: quindi, dunque
Piove, allora rimango a casa. = Het regent, daarom/dus blijf ik thuis.

als bijwoord: toen - alternatief: quando
Allora ero ancora un bambino. = Toen was ik nog een kind.

als bijwoord/stopwoord: dus, dan, oké - alternatieven: dunque, quindi, ebbene
Sei stanco? Allora, rimaniamo un'altra volta. = Ben je moe. Laten we dan een andere keer verder gaan.
Allora, andiamo! = Oké, laten we gaan!
quindi
daarom, dus - alternatieven: quindi, dunque
Sta per piovere, quindi portati un ombrello. = Het gaat zo regenen, dus neem een paraplu mee.

als bijwoord: vervolgens - alternatief: poi
Continuare diritto, quindi girare a destra. = Blijf rechtdoor gaan, sla vervolgens rechtsaf.

als bijwoord/stopwoord: dus, dan, oké - alternatieven: allora, dunque, ebbene
dunque
daarom, dus - alternatieven: quindi, allora
Penso dunque sono. = Ik denk dus ik ben.

als bijwoord/stopwoord: dus - alternatieven: allora, quindi, ebbene
Dunque, andiamo in pizzeria stasera? = Dus, gaan we vanavond naar de pizzeria?
Dunque... mi stavi raccontando dei tuoi piani... = Dus, je was me aan het vertellen over je plannen...


Samengestelde voegwoorden - le congiunzioni composte

Congiunzioni composte zijn voegwoorden die zijn ontstaan door het combineren van bestaande woorden.

QUIZ: samengestelde voegwoorden Italiaans-Nederlands
QUIZ: samengestelde voegwoorden Nederlands-Italiaans
Voegwoorden
Italiaans Nederlands
eppure maar toch
oppure of (anders)
perché waarom, omdat, zodat
poiché aangezien, omdat
giacché aangezien, omdat
siccome aangezien, omdat
finché zolang
affinché zodat, opdat [+conjunctief]
purché mits, op voorwaarde dat
anziché in plaats van
tuttavia niettemin, desondanks, toch
nonostante niettegenstaande, ondanks, ook al
ovvero oftewel, dat wil zeggen
ossia oftewel, dat wil zeggen
perciò daarom, dus
pertanto daarom, dus
bensì maar, maar wel
benché hoewel
sebbene hoewel
seppure hoewel
(co)sicché zodat, daarom, dus
nondimeno niettemin
qualora indien, in het geval dat
nonché en ook, alsmede
fuorché behalve, uitgezonderd




Voegwoordelijke uitdrukkingen - le locuzioni congiuntive

Locuzioni congiuntive zijn woordgroepen met voegwoordelijke functie. Sommige worden weleens aan elkaar geschreven. Onderstaand een kleine selectie.

Voegwoorden
Italiaans Nederlands
anche se ook/zelfs al, hoewel
sia ... che/sia ... zowel ... als ...
a meno che tenzij
se non tenzij
vale a dire dat wil zeggen, namelijk
dal momento che omdat, vanaf het moment dat
finché non totdat
visto che aangezien, omdat
dato che aangezien, omdat
in quanto aangezien, omdat
a parte che behalve dat