Voltooid tegenwoordige tijd - il passato prossimo


Vorming: vorm van avere of essere + voltooid deelwoord.

Wanneer gebruik je avere en wanneer essere?
- overgankelijk werkwoord of werkwoord overgankelijk gebruikt --> avere
- onovergankelijk werkwoord of werkwoord onovergankelijk gebruikt --> essere
- wederkerend werkwoord (en piacere) --> essere
Toelichting bij werkwoordsoort
Overgankelijk of transitief werkwoord = een werkwoord dat, zonder toevoeging van een voorzetsel, een lijdend voorwerp bij zich kan of moet hebben.
De actie van het werkwoord gaat over op het lijdend voorwerp.

Onovergankelijk of intransitief werkwoord = een werkwoord dat geen lijdend voorwerp bij zich kan hebben.
De actie van het werkwoord gaat dus niet over op een lijdend voorwerp.

Wederkerend of reflexief werkwoord = een werkwoord dat met een wederkerend voornaamwoord gecombineerd moet worden.
De actie van het werkwoord heeft rechtstreeks betrekking op de uitvoerder van het werkwoord zelf.

Er zijn ook werkwoorden die zowel overgankelijk als onovergankelijk kunnen worden gebruikt en afhankelijk daarvan avere of essere gebruiken (zie voorbeelden).

Vervoeging van het voltooid deelwoord


Bij gebruik van avere wordt het voltooid deelwoord doorgaans NIET vervoegd. De standaardvorm van het mannelijk enkelvoud wordt gebruikt: -o.
Alleen bij gebruikt van een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp wordt WEL vervoegd naar geslacht en kwantiteit: -o, -a, -i, -e.

Bij gebruik van essere wordt het voltooid deelwoord altijd vervoegd naar geslacht en kwantiteit: -o, -a, -i, -e.

Voorbeelden


Ho letto un libro. = Ik heb een boek gelezen. --> Wie of wat heb ik gelezen? Een boek. Het boek wordt gelezen.
Ho letto. = Ik heb gelezen. --> Kan of moet ik iets of iemand hebben gelezen? Ja, bijvoorbeeld een boek.
Abbiamo mangiato del pane. = Wij hebben brood gegeten. --> Wie of wat hebben we gegeten? Brood.
Abbiamo mangiato. = Wij hebben gegeten. --> Kan of moet ik iets of iemand hebben gegeten? Ja, bijvoorbeeld brood.
Ho visto quella persona. = Ik heb die persoon gezien. --> Wie of wat heb ik gezien? Die persoon.

Io sono andato a Rome. = Ik ben naar Rome gegaan. --> Wie of wat heb ik gegaan? Nee, Rome wordt niet 'gegaan'. Daarom hulpwerkwoord essere.
L'uomo Ť morto. = De man is gestorven. --> Wie of wat is de man gestorven? Onmogelijke vraag en antwoord ('hij is de dood gestorven' klinkt wel poŽtisch...).

La canzone Ť finita. = Het lied is geŽindigd / afgelopen. --> Het lied is uit zichzelf geŽindigd. --> Onovergankelijk gebruikt werkwoord dus hulpwerkwoord essere.
Lui ha finito la conversazione. = Hij heeft het gesprek beŽindigd. --> Wat heeft hij beŽindigd? Het gesprek. --> Overgankelijk gebruikt werkwoord dus hulpwerkwoord avere.

L'ho vista. = Ik heb haar gezien. --> Gebruik van persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp dus vervoeging naar geslacht en kwantiteit.
Li ho visti. = Ik heb hun gezien. --> Gebruik van persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp dus vervoeging naar geslacht en kwantiteit.
Le ho credute. = Ik heb hen (groep vrouwen) geloofd. --> Gebruik van persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp dus vervoeging naar geslacht en kwantiteit.

Mi sono sbagliato. = Ik [man] heb me vergist.
Mi sono sbagliata. = Ik [vrouw] heb me vergist.
Ti sei divertito. = Jij [man] hebt je vermaakt.
Ti sei divertita. = Jij [vrouw] hebt je vermaakt.
Ci siamo seduti. = Wij zijn gaan zitten. --> In het Nederlands is (gaan) zitten niet wederkerend maar in het Italiaans is sedersi wel wederkerend.
Ci siamo sedute. = Wij [groep zonder man] zijn gaan zitten.

In de praktijk komen het Italiaans en Nederlands dus meestal overeen wat betreft keuze van het hulpwerkwoord behalve bij werkwoorden die wederkerend zijn.

Oefeningen:
- YouTube-video met oefening (Engelstalig): passato prossimo vormen met avere en essere en regelmatig voltooid deelwoord
- YouTube-video met oefening (Engelstalig): passato prossimo vormen met avere OF essere en onregelmatig voltooid deelwoord
- YouTube-video met oefening (Engelstalig): passato prossimo vormen met een wederkerend werkwoord