Voorzetsels - le preposizioni


Basisvoorzetsels
Italiaans Nederlands (o.a.:) enkele functies (geeft aan):
di van, dan bezit, eigenschap, vergelijking
a naar, te, aan plaats, richting
da van(uit), door, naar, sinds afkomst, uitvoerder, richting
in in, naar plaats, richting
con met
gezelschap, hulpmiddel
su op, over plaats, onderwerp van tekst
per voor, om te, naar, via ontvanger, doel, tijd
tra, fra tussen, over plaats, tijd

Samentrekking basisvoorzetsels met lidwoorden
voorzetsel il la i le lo gli l'
di del della dei delle dello degli dell'
a al alla ai alle allo agli all'
da dal dalla dai dalle dallo dagli dall'
in nel nella nei nelle nello negli nell'
con * col (colla) coi (colle) (collo) (cogli) (coll')
su sul sulla sui sulle sullo sugli sull'

* In de schrijftaal wordt alleen de samentrekking van col nog regelmatig gebruikt en soms coi.

De volgende patronen zijn te herkennen:
1. lidwoorden intact achteraan, behalve bij il waar de i vervalt
2. verdubbelde medeklinker bij lidwoorden die beginnen met de letter l
3. di wordt de, in wordt ne, con wordt co

Gebruik basisvoorzetsels met voorbeelden


di

  • bezit: het boek van Peter / Peters boek => il libro di Peter
  • onderdeel van iets: een bladzijde van het boek => una pagina del libro
  • materiaal: een stenen huis / huis van steen => una casa di pietra; een chocolade-ei => un uovo di cioccolato
  • kwantiteit v.e. object: een pakket van twee kilo => un pacco di due chili
  • afkomst (bijvoeglijk): een Romeinse vriendin => un'amica di Roma
  • naam: het eiland Sicilië => l'isola di Sicilia
  • onderwerp v.e. object: het kookboek => il libro di cucina
  • vergelijking: ik ben ouder dan jij => sono più vecchio di te
  • dagdeel / dag van de week (tijdsbepaling): 's ochtends => di mattina; 's zondags => di domenica
  • gedeelte van eten/drinken: ik eet een stuk pizza => mangio della pizza; ik drink wat sap => bevo del succo
  • vergelijkende plaatsbepaling: links van mij = a destra di me; in plaats van mij => invece di me
  • vaste combinatie met bepaalde werkwoorden: ophouden met => finire di; praten over => parlare di

da

  • vertrekpunt: van Rome naar Milaan => da Roma a Milano
  • afkomst (i.c.m. venire): ik kom uit Rome => vengo da Roma
  • dader/uitvoerder: een boek geschreven door mij => un libro scritto da me
  • oorzaak: ik kan niet slapen van vreugde => non dormo dalla gioia
  • 'sinds' (tijdsbepaling): ik studeer Italiaans sinds drie jaar => studio italiano da tre anni
  • beweging 'uit': uit de auto stappen => uscire dalla macchina
  • vergelijking als algemene afwijking: anders dan ik => diverso da me
  • beweging naar mensen: ik ga naar de dokter => vado dal dottore
  • plaatsbepaling: ik eet vandaag bij Marco => oggi mangio da Marco
  • rolbepaling (in de rol van): als kind / toen ik een kind was => da bambino
  • gebruik/doel van een object: slaapkamer => camera da letto; badkamer => stanza da bagno
  • soms voor een infinitief: iets te drinken => qualcosa da bere; niets te doen => niente da fare
  • i.c.m. solo of sola: ik ben alleen => sono da solo; de vrouw woont alleen => la donna vive da sola

a

  • plaatsbepaling: ik ben thuis => io sono a casa; ik ben in Rome => io sono a Roma; ik woon in Turijn => io vivo a Torino
  • beweging naar ontvanger: ik geef de krant aan HEM => do il giornale a lui; ik schrijf een brief aan HAAR => scrivo una lettera a lei
  • beweging naar een plaats: ik ga naar huis => vado a casa; we gaan naar Parijs => andiamo a Parigi
  • i.c.m. werkwoorden als dire e scrivere (bij pers. vnw. alleen bij nadruk): aan jou schrijf ik een brief => scrivo una lettera a te
  • bij aangeven van kloktijd [behandelen we later]
  • wijze waarop: te voet => a piedi
  • eigenschappen: kleurentelevisie => televisione a colori

in

  • plaatsbepaling object of persoon: de winkel is in dat gebouw => il negozio è in quell'edificio; ik ben in de kerk => io sono in chiesa
  • plaatsbepaling in een gebied zoals een land: ik ben in Italië => io sono in Italia
  • beweging naar een gebied zoals een land: ik ga naar Italië => vado in Italia
  • tijdsbepaling (jaar, seizoen, maand): in de zomer ben ik blij => in estate sono felice
  • vervoersmiddel: ik ga met de trein => vado in treno
  • wijze waarop: ik wil leven in vrede => voglio vivere in pace

con

  • gezelschap ('samen met'): ik kijk televisie met een vriend => guardo la televisione con un amico
  • combinatie: ik eet pasta met saus => mangio la pasta con il sugo
  • middel om een actie uit te voeren: ik loop met krukken => cammino con le stampelle; ik reis gewoonlijk met het vliegtuig => di solito viaggio con l'aereo
  • wijze waarop: ik studeer aandachtig / met aandacht => studio con attenzione; met voldoening neem ik afscheid => con soddisfazione dico addio
  • eigenschap van een zaak, persoon of dier: een meisje met blauwe ogen => una ragazza con gli occhi azzurri
  • 'mee met': komen jullie met me mee? => venite con me?
  • 'praten tegen': praat je tegen mij? => parli con me?

su

  • plaatsbepaling: de boeken zijn/liggen op de tafel => i libri sono sul tavolo [i.p.v. su kan hier ook sopra worden gebruikt]
  • thema van een boek, tekst of gesprek: een artikel over de geest => un articolo sullo spirito
  • beweging ergens 'op' of bij omhoog: ik klim in een boom => mi arrampico su un albero; ik bestijg de ladder => salgo su una scala
  • invloed of macht: Diana heeft een grote invloed op hem => Diana ha una grande influenza su di lui; de koning heerst over het land => il re regna sul paese
  • schatting/benadering van een getal (tijd(sduur), leeftijd, prijs, hoeveelheid, gewicht): een man van rond de dertig => un uomo sui trent'anni
  • verhouding: één op de acht => uno su otto

per

  • bestemming v.e. object: dit geschenk is voor jou => questo regalo è per te
  • doel v.e. actie: ik heb het gedaan om verwarring te voorkomen => l'ho fatto per evitare confusione
  • oorzaak: ik tril van de kou => sto tremando per il freddo
  • tijdsbepaling/tijdsduur: ik heb een zaal gehuurd voor vanavond / voor drie uren => ho affitata una sala per stasera / per tre ore
  • schatting van tijdstip: per le cinque sono da te => rond vijf uur ben ik bij je
  • i.c.m. partire (bestemming van persoon/vervoersmiddel): ik vertrek naar Rome => parto per Rome; de bus naar Milaan => il bus per Milano
  • i.c.m. stare (aanstaande actie): het vliegtuig staat op het punt om te landen => l'aereo sta per atterrare
  • 'doorheen': we kwamen door Londen => siamo passati per Londra
  • 'via': we gaan meestal via de autosnelweg => di solito andiamo per l'autostrada

tra / fra

  • plaatsbepaling: het huis bevindt zich tussen twee bomen => la casa è tra/fra due alberi
  • afstand: de afstand tussen Kollum en Dokkum is 12 kilometer => la distanza tra/fra Kollum e Dokkum è 12 chilometri
  • tijd tot begin v.e. gebeurtenis: ik ben er over tien minuten => arrivo tra/fra dieci minuti
  • figuurlijk: van de Italianen zijn er velen die de overheid niet vertrouwen => tra/fra gli italiani, ci sono molti che non si fidano del governo
  • verschil/vergelijking: de verschillen tussen jou en mij zijn interessant => le differenze tra/fra te e me sono interessanti

Plaatsbepaling en verplaatsing: 'a' of 'in'?

  • a: voor een naam van een stad, dorp of klein eiland
  • in: voor een naam van een land, continent, staat, regio, provincie, groot eiland, straat of plein en voor winkels

  • Vaste verbindingen
  • a: a scuola, a casa, a letto, a teatro, al cinema, al mare, al parco
  • in: in banca, in chiesa, in classe, in montagna, in città, in ufficio, in biblioteca, in palestra
YouTube-video (Engelstalig) over het verschil tussen 'a' en 'in'


Meerlettergrepige voorzetsels
Italiaans Nederlands (o.a.:) enkele functies (geeft aan):
prima di voor tijd
dopo* na tijd
davanti a voor, tegenover plaats
dietro* achter plaats
sopra* boven(op), over plaats
sotto* onder, beneden plaats
senza* zonder toestand
dentro* binnen plaats
fuori da/di buiten plaats
contro* tegen plaats
verso* tegemoet, omstreeks plaats/richting, tijd
entro binnen, niet later dan tijd
vicino a dichtbij plaats
accanto a naast, dichtbij plaats
lontano da ver van plaats
intorno a (rond)om plaats, tijd
lungo langs plaats/richting
fino (a) tot, totdat plaats, tijd, kwantiteit
attraverso doorheen plaats/richting
tranne behalve, uitgezonderd toestand
eccetto behalve, uitgezonderd toestand
durante tijdens tijd
secondo volgens, overeenkomstig relatie
oltre voorbij, aan de overzijde, meer dan, zowel als plaats, kwantiteit
mediante door middel van relatie
tramite door middel van relatie
malgrado ondanks relatie
invece di in plaats van relatie
insieme con samen met relatie
assieme a samen met relatie


Sporcle-quiz (typ): vertaal de meerlettergrepige voorzetsels vanuit het Italiaans

Voorzetseluitdrukkingen - le locuzioni prepositive


Locuzioni prepositive zijn woordgroepen die fungeren als voorzetsel. Onderstaand een kleine selectie.

Voorzetseluitdrukkingen
Italiaans Nederlands
in mezzo a midden in, te midden van
di fronte a tegenover
a causa di vanwege, om reden van, als gevolg van
in conseguenza di als gevolg van
per mezzo di door middel van
in quanto a wat betreft, betreffende
al fine di teneinde, om te
a proposito di met betrekking tot
in base a op basis van
in cambio di in ruil voor
in confronto a in vergelijking met