Werkwoord in de onvoltooid tegenwoordige tijd - il verbo al tempo presente


Regelmatig werkwoord - il verbo regolare


Vorming: stam (infinitief minus -are / -ere / -ire) + uitgang.

Regelmatig werkwoord
persoon -are -ere -ire
io -o -o -(isc)o
tu -i -i -(isc)i
lui / lei -a -e -(isc)e
noi -iamo -iamo -iamo
voi -ate -ete -ite
loro -ano -ono -(isc)ono

YouTube: uitlegvideo over vervoeging regelmatige werkwoorden (in het Italiaans)
YouTube: uitlegvideo over vervoeging van regelmatige werkwoorden op -ire (in het Italiaans)
QUIZ: vervoegen van regelmatige werkwoorden



Onregelmatige werkwoorden - i verbi irregolari


Onregelmatige werkwoorden: essere en avere
werkwoord io tu lui / lei noi voi loro
essere sono sei è siamo siete sono
avere ho hai ha abbiamo avete hanno
YouTube: uitlegvideo over vervoeging van het werkwoord essere
YouTube: uitlegvideo over vervoeging van het werkwoord avere
QUIZ: vervoegen van de onregelmatige werkwoorden essere en avere

Onregelmatige werkwoorden: modale (hulp)werkwoorden
werkwoord io tu lui / lei noi voi loro
potere posso puoi può possiamo potete possono
sapere so sai sa sappiamo sapete sanno
dovere devo devi deve dobbiamo dovete devono
volere voglio vuoi vuole vogliamo volete vogliono
YouTube: uitlegvideo over gebruik van en verschil tussen potere en sapere en bijbehorende artikel (in het Engels)
QUIZ (klik): vormen van de modale (hulp)werkwoorden herkennen
QUIZ: vervoegen van de modale (hulp)werkwoorden

Belangrijkste overige onregelmatige werkwoorden
werkwoord io tu lui / lei noi voi loro
venire vengo vieni viene veniamo venite vengono
tenere tengo tieni tiene teniamo tenete tengono
stare sto stai sta stiamo state stanno
dare do dai diamo date danno
andare vado vai va andiamo andate vanno
fare faccio fai fa facciamo fate fanno
dire dico dici dice diciamo dite dicono
bere bevo bevi beve beviamo bevete bevono
QUIZ (klik): vormen van de onregelmatige werkwoorden herkennen
QUIZ: vervoegen van de belangrijkste onregelmatige werkwoorden

Aanvullende lijst met onregelmatige werkwoorden
werkwoord io tu lui / lei noi voi loro
piacere piaccio piaci piace piacciamo piacete piacciono
sedere siedo siedi siede sediamo sedete siedono
rimanere rimango rimani rimane rimaniamo rimanete rimangono
condurre conduco conduci conduce conduciamo conducete conducono
morire muoio muori muore moriamo morite muoiono
parere paio pari pare paiamo parete paiono
udire odo odi ode udiamo udite odono
uscire esco esci esce usciamo uscite escono
scegliere scelgo scegli sceglie scegliamo scegliete scelgono
spegnere spegno spegni spegne spegniamo spegnete spengono
porre pongo poni pone poniamo ponete pongono
salire salgo sali sale saliamo salite salgono
QUIZ: vervoegen van andere onregelmatige werkwoorden



Wederkerend werkwoord - il verbo riflessivo


Een werkwoord is wederkerend of reflexief als het met een wederkerend voornaamwoord kan of moet worden gecombineerd:

Het Italiaans bevat meer wederkerende werkwoorden dan het Nederlands; veel overgankelijke werkwoorden hebben een wederkerende variant en andersom:

In het Italiaans is een wederkerend werkwoord te herkennen aan de uitgang -si in de infinitief.
Bij de vervoeging van het werkwoord gaat het wederkerend voornaamwoord vooraf aan het werkwoord.

Een wederkerend werkwoord kan, in tegenstelling tot het Nederlands, ook worden gebruikt voor een deel van de persoon zelf:

Als de werkwoordsvoeging niet overeenkomt met de persoon van het wederkerend voornaamwoord dan is het een normale constructie met personen als onderwerp en lijdend voorwerp:
mi lavo => pure vervoeging van lavarsi ('ik was mijzelf', wederkerend)
ti lavo => vervoeging van lavare + persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp ('ik was jou', niet wederkerend)

Sommige wederkerende werkwoorden kunnen tevens wederkerigheid tussen personen uitdrukken. In het Nederlands wordt dan meestal het wederkerig voornaamwoord elkaar gebruikt:
ci vediamo => letterlijk: we zien elkaar [afscheidsgroet]
ci sentiamo => letterlijk: we horen elkaar [afscheidsgroet]
Marco e Laura si sposano => Marco en Laura gaan trouwen (trouwen elkaar)

Voorbeelden met alle vormen van het wederkerend voornaamwoord


sentirsi = zich voelen

mi sento = ik voel me
ti senti = jij voelt je
si sente = hij/zij/u voelt zich
ci sentiamo = wij voelen ons
vi sentite = jullie voelen je
si sentono = zij voelen zich

alzarsi = opstaan

mi alzo = ik sta op
ti alzi = jij staat op
si alza = hij/zij/u staat op
ci alziamo = wij staan op
vi alzate = jullie staan op
si alzano = zij staan op

YouTube-video met oefening (Engelstalig): tegenwoordige tijd vormen met een wederkerend werkwoord