Beroepen

QUIZZEN: beroepen Italiaans-Nederlands deel 1 - deel 2
QUIZZEN: beroepen Nederlands-Italiaans deel 1 - deel 2
Beroepen (deel 1)
Italiaans Nederlands
contadino boer
agricoltore agrariƫr
pescatore visser
taglialegna (m/f/pl) houthakker
boscaiolo houthakker
tagliaboschi (m/f/pl) houthakker
carpentiere timmerman [bouw]
falegname (m) timmerman [meubels]
fabbro smid
pastore (f: -ora) (schaap)herder [ook: dominee, predikant]
sarto kleermaker
calzolaio schoenmaker
ciabattino schoenmaker
muratore metselaar
mugnaio molenaar
lattaio melkboer
idraulico loodgieter
elettricista elektricien
minatore mijnwerker
operaio edile bouwvakker
dottore (f: -oressa) arts, dokter [ook: doctor]
medico arts, dokter
medico di famiglia huisarts
dentista tandarts
psicologo psycholoog
psichiatra (m/f) psychiater
veterinario dierenarts, veearts
cuoco kok
cameriere ober, kelner (vrouw: serveerster)
panettiere bakker
fornaio bakker
macellaio slager
fruttivendolo groenteboer, groenteman
gioielliere juwelier
parrucchiere kapper
barbiere herenkapper
prostituta prostituee
giardiniere hovenier, tuinman
postino postbezorger, postbode
portalettere (m/f/pl) postbezorger, postbode
pittore kunstschilder; huisschilder
imbianchino huisschilder
meccanico (auto)monteur
netturbino vuilnisman, straatveger
spazzino vuilnisman, straatveger
architetto architect
bagnino badmeester, strandwacht
giornalista journalist
fotografo fotograaf
addetto alle pulizie schoonmaker
interprete tolk [ook: 'performer']
agente di polizia politieagent
poliziotto politieagent
carabiniere politieagent [van de gendarmerie]
vigile del fuoco brandweerman
pompiere brandweerman
paramedico ambulanceverpleegkundige
attore acteur, toneelspeler
scrittore schrijver

Beroepen (deel 2)
Italiaans Nederlands
insegnante leraar, onderwijzer, docent
docente leraar, docent
maestro onderwijzer, schoolmeester [basisonderwijs; o.a. ook: dirigent; expert]
professore (f: -soressa) leraar, hoogleraar, professor [voortgezet of universitair onderwijs]
capitano kapitein [ook: legerrang; aanvoerder [sport]]
marinaio matroos, zeeman
macchinista machinist
capotreno (hoofd)conducteur
controllore (f: -ora) conducteur, controleur
aviatore piloot, vlieger, vliegenier
pilota (m/f) piloot [ook buiten luchtvaart]
assistente di volo steward, stewardess
autista di/dell'autobus buschauffeur
conducente di/dell'autobus buschauffeur
tassista taxichauffeur
camionista vrachtwagenchauffeur
notaio notaris
apicoltore imker, bijenhouder
ristoratore restauranthouder [als bijv.nw.: verfrissend, verkwikkend]
barista barman/-vrouw
banchiere bankier
governante (f) huishoudster [ook: heerser(es)]
ingegnere ingenieur
contabile boekhouder, accountant
ragioniere accountant, boekhouder
agente immobiliare makelaar
tipografo drukker
lavavetri (m/f/pl) glazenwasser [ook: ruitenwisser]
cassiere kassamedewerker, kassier
chirurgo chirurg
infermiere verpleger, verpleegkundige
ostetrica verloskundige [vrouw]
levatrice vroedvrouw
fisioterapista fysiotherapeut
estetista schoonheidsspecialist(e)
stilista modeontwerper
farmacista apotheker
impresario di pompe funebri uitvaart-/begrafenisondernemer
programmatore programmeur [ICT]
investigatore detective, rechercheur
scienziato wetenschapper
ricercatore (wetenschappelijk) onderzoeker
artista kunstenaar, artiest
poeta (f: -tessa) dichter
uomo d'affari zakenman
imprenditore ondernemer [soms: aannemer]
appaltatore aannemer
commerciante handelaar
mercante (f: -tessa) koopman, handelaar
negoziante winkelier
bottegaio winkelier
direttore directeur [ook: dirigent]
gestore manager, beheerder, uitbater
funzionario ambtenaar, functionaris