Huis en wonen

QUIZ: huis en wonen Italiaans-Nederlands
QUIZ: huis en wonen Nederlands-Italiaans
Huis en wonen
Italiaans Nederlands
sistemazione huisvesting, onderkomen, accommodatie [ook: ordening, schikking]
alloggio huisvesting, onderkomen, accommodatie
abitazione woning
appartamento appartement
casa huis
giardino tuin
piano etage [ook: piano; plan; langzaam; zacht]
muro muur
parete (f) wand
tetto dak
soffitta zolder
soffitto plafond
balcone balkon
pavimento vloer
seminterrato kelder(verdieping)
scantinato kelder
cantina (wijn)kelder
porta deur [ook: poort; doel [sport]]
serratura (deur)slot
chiave (f) sleutel
finestra venster, raam
soggiorno woonkamer, huiskamer
salotto woonkamer, huiskamer
cucina keuken
ripostiglio berging, opslagruimte
corridoio gang(pad), hal
camera (da letto) slaapkamer
stanza/sala da bagno badkamer
specchio spiegel
rubinetto (water)kraan, tap
lavello gootsteen, spoelbak, aanrecht
lavandino gootsteen, spoelbak, wasbak, wastafel
lavabo wasbak, wastafel
bagno bad; badkamer; toilet, wc
vasca da bagno badkuip
doccia douche
gabinetto toilet, wc [ook: kabinet [gebruiksruimte; ministerraad]]
toilette (f) {FR} toilet, wc
water (m) toiletpot, wc-pot
vaso sanitario toiletpot, wc-pot
mobile (m) meubel(stuk) [als bijv.nw.: mobiel]
sedia stoel
tavolo tafel [als meubelstuk]
tavola (eet)tafel [conceptueel] [o.a. ook: plank, plaat; tabel]
divano bank, sofa
armadio kast
letto bed
scrivania bureau, schrijftafel
scrittoio bureau, schrijftafel
poltrona leunstoel, luie stoel, fauteuil
scala trap, ladder [ook: schaal [orde van grootte]]
ascensore lift
tappeto tapijt
tenda gordijn [ook: tent]
davanzale (m) vensterbank
zerbino deurmat
camino, caminetto schoorsteen, open haard
focolare (m) haard
stufa kachel
riscaldatore verwarming
presa (elettrica / di corrente) stopcontact
lampada lamp
telefono telefoon
televisore televisietoestel
televisione televisie(toestel) [formeel alleen voor tv in meer abstracte zin]
computer computer